De Eerste Kamer heeft op 17 september 2019 ingestemd met ruim 50 belastingmaatregelen voor burgers en bedrijven. Dit betekent dat Nederlanders over het algemeen meer gaan overhouden van iedere euro die binnenkomt en (meer) werken lonender wordt. Ook is direct werk gemaakt van het Klimaatakkoord, met belastingmaatregelen die klimaatvriendelijk gedrag stimuleren. De maatregelen zijn onderdeel van het pakket Belastingplan 2020. Een groot deel van de maatregelen gaat in per 1 januari 2020 net als een aantal belastingmaatregelen die al eerder is
afgesproken. Hierna treft u een overzicht aan van een aantal van de belangrijkste belastingwijzigingen voor burgers.

PARTICULIEREN

Twee belastingschijven
Vanaf 2020 gaan belastingplichtigen met een inkomen tot en met € 68.507 over hun inkomen 37,35% belasting betalen, voor het inkomen daarboven is dit 49,50%. Ook worden de arbeidskorting en de algemene heffingskorting extra verhoogd. Iemand die € 25.000 per jaar verdient gaat er door deze veranderingen € 375 op vooruit in 2020. Bij een inkomen van
€ 45.000 per jaar is dit € 640, bij een inkomen van € 65.000 per jaar is dit
€ 680. Of iemand er op vooruit gaat of niet, hangt uiteindelijk ook af van veranderingen in zijn of haar persoonlijke situatie en van de ontwikkelingen van de economie. In bijlage 1 vindt u het volledige overzicht van parameters die de heffingskortingen beschrijven. Hieronder worden de belangrijkste veranderingen ten opzichte van 2019 verder toegelicht

Algemene heffingskorting
De algemene heffingskorting (AHK) stijgt in 2020 met € 234 tot € 2711 voor inkomens tot € 20.711. De AHK bouwt af tussen € 20.711 en € 68.507, waardoor inkomens tussen deze grenzen in steeds mindere mate profiteren van de verhoging van de AHK. Figuur 2 geeft dit grafisch weer voor belastingplichtigen jonger dan de AOW-leeftijd. AOW-gerechtigden hebben geen recht op de volledige verhoging van het maximumbedrag van de AHK, omdat zij niet premieplichtig zijn voor de AOW. Voor hen stijgt de maximale algemene heffingskorting met € 145.

Eigen woning
In 2020 wordt de hypotheekrenteaftrek geleidelijk verder afgebouwd als het inkomen meer is dan € 68.507. De aftrekbare kosten voor de eigen woning kunnen vanaf volgend jaar tegen maximaal 46% worden afgetrokken, dit is een verlaging van 3 procentpunt ten opzichte van
2019. Deze verlaging geldt ook voor andere aftrekposten als het inkomen meer is dan € 68.507. Voor woningen met een waarde tussen de € 75.000 en € 1.090.000 daalt het eigenwoningforfaitpercentage naar 0,60%. Voor iemand die in een huis met een WOZ-waarde
van € 300.000 woont, daalt het forfait hierdoor van € 1950 (2019) naar
€ 1800 (2020). Sinds 1 januari 2019 wordt de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld (zogenoemde “Hillen-regeling”) ieder jaar verder beperkt. Voor iemand die in een huis met een WOZ-waarde van € 300.000 woont en geen aftrekbare kosten heeft, daalt de aftrek hierdoor in 2020 met € 60.

Box 2-tarief omhoog
Met ingang van 2020 wordt het tarief in box 2 met 1,25 procentpunt verhoogd naar 26,25%

MKB-BEDRIJVEN

Zelfstandigenaftrek
De zelfstandigenaftrek wordt de komende jaren stapsgewijs teruggebracht tot € 5.000. Per 1 januari 2020 wordt de zelfstandigenaftrek verlaagd van € 7280 naar € 7030. Hiermee wil het kabinet de fiscale verschillen tussen zelfstandigen en werknemers kleiner maken.

Fiets van de zaak
Vanaf 1 januari 2020 wordt de fiets van de zaak een stuk aantrekkelijker door een versimpeling van de fiscale fietsregeling voor woon-werkverkeer. De werknemer hoeft dan niet zelf een fiets te kopen. De werkgever betaalt de fiets en meestal ook de kosten voor onderhoud en reparatie. Wel krijgt
de werknemer te maken met een bijtelling bij het salaris. Uiteindelijk betaalt de werknemer daardoor enkele euro’s per maand extra belasting.

Auto
Het kabinet blijft de komende jaren elektrisch autorijden stimuleren. De huidige belastingvoordelen, die in 2021 zouden aflopen, blijven de komende jaren grotendeels bestaan. Tot 2025 betalen kopers en eigenaren van elektrische auto’s bijvoorbeeld geen aanschafbelasting (bpm) en motorrijtuigenbelasting. Tegelijkertijd willen we overstimulering voorkomen. Daarom gaat de bijtelling voor zakelijke elektrische auto’s in 2020 van 4% naar 8%. Eigenaren van een oudere dieselauto betalen vanaf 1 januari 2020 een fijnstoftoeslag van 15% op de motorrijtuigenbelasting (wegenbelasting). Fijnstof, zoals roet, is slecht voor het klimaat en onze gezondheid. De overheid wil daarom het bezit en het gebruik van vervuilende auto’s minder aantrekkelijk maken. Voor een gemiddelde auto die op diesel rijdt en tussen de 1350 en 1450 kilo weegt, kost dat € 225 per jaar.

Vennootschapsbelasting
Tarieven vennootschapsbelasting Het tarief van de vennootschapsbelasting voor winsten tot en met € 200.000 wordt in 2020 verder verlaagd van 19% naar 16,5%. Het tarief voor winsten boven € 200.000 blijft 25% in 2020.

Vergroening
Wat vervuilender is voor het milieu wordt zwaarder belast: de belasting op aardgas gaat omhoog, die op elektriciteit omlaag. De belastingvermindering, een vast bedrag per energieaansluiting dat wordt afgetrokken van de energiebelasting, gaat omhoog. Voor huishoudens met een gemiddeld gebruik daalt het belastingdeel van de energierekening van
huishoudens in 2020 met € 100.

Btw en accijns
Kleineondernemersregeling De kleineondernemersregeling voor de btw (KOR) wordt gewijzigd. De nieuwe KOR is een vrijstellingsregeling zonder recht op aftrek. Kleine ondernemers kunnen kiezen voor de KOR als zij op jaarbasis een omzet hebben van maximaal € 20.000. Bij toepassing
van de KOR brengen deze kleine ondernemers geen btw in rekening, hebben ze geen recht op vooraftrek en zijn ze ontheven van administratieve verplichtingen, waaronder het doen van btw aangifte. Niet alleen natuurlijke personen maar ook rechtspersonen kunnen gebruik maken van de nieuwe KOR. 5.2. Btw digitale uitgaven Voor elektronisch geleverde boeken (e-books), kranten en tijdschriften gaat per 1 januari 2020 het verlaagde btw-tarief van 9% gelden. In 2019 geldt nog een tarief van 21%. Het verlaagde btw-tarief gaat ook gelden voor downloadbare
luisterboeken, bladmuziek, leermiddelen en de betaalde toegang tot websites van kranten, tijdschriften of andere journalistieke platforms. Er is daardoor geen verschil in btw-tarief meer tussen papieren kranten, tijdschriften en boeken en de elektronische versies.

Verhoging tabaksaccijns
Sigaretten, rooktabak en sigaren worden in 2020 twee keer duurder. Een pakje van 20 sigaretten wordt per 1 januari 14 cent duurder en per 1 april € 1. Een pakje shag van 40 gram wordt per 1 januari 35 cent duurder en per 1 april € 2,50 euro (voor alle bedragen geldt: inclusief accijns en btw).

Vragen?
Mocht u willen weten in hoeverre een bepaald wetsvoorstel gevolgen heeft voor uw situatie, neem dan vrijblijvend contact met ons op. Natuurlijk zijn dit niet alle wijzigingen voor dit jaar. Mocht u verder nog vragen hebben of voorzien worden van adviezen, dan kunt u contact opnemen via wjak@protax.nl.

 

Fiscale tips voor 2019

Hieronder staan de wijzigingen voor de belastingen alsmede fiscale tips voor 2019 en verder.

Op 18 september 2018 is het Belastingplan 2019 bekend gemaakt. Het bestaat uit acht afzonderlijke fiscale wetsvoorstellen met tal van wijzigingen voor particulieren, MKB-bedrijven en multinationals. Veel maatregelen waren al aangekondigd in het Regeerakkoord, maar er zijn ook ‘nieuwe’ wijzigingen te melden.

Hieronder zetten wij de belangrijkste wijzigingen op een rij. Wij hebben de maatregelen onderverdeeld in particulieren (incl. DGA/IB-ondernemer/ZZP-er), MKB-bedrijven, multinationals (incl. FBI’s) en overige maatregelen (incl. btw-maatregelen). De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2019, tenzij anders aangeven. Het wetgevingsproces gaat nu beginnen. Houd er rekening mee dat er nog wijzigingen kunnen plaatsvinden.

PARTICULIEREN

Aanpassing tarief box 1
In de komende 3 jaar worden de tarieven in box 1 gewijzigd, zodat in 2021 een systeem met twee tarieven ontstaat: 37,05% en 49,5%. Volgend jaar blijven de 4 schijven nog bestaan, hoewel het er effectief 3 zijn. De eerste schijf loopt tot € 20.384 aan inkomen en kent een tarief van 36,65%, de tweede schijf tot € 34.817 tegen € 38,1% en de derde tot € 68.507 ook tegen 38,1%; het inkomen daarboven wordt in 2019 tegen € 51,75% belast. Afgezien van de eerste schijf gaan alle tarieven dus licht omlaag. Het is de bedoeling om de tarieven in 2020 en 2021 verder te verlagen.

Verhoging heffingskortingen
Daarnaast worden de komende jaren ook de heffingskortingen verhoogd. De algemene heffingskorting gaat naar € 2.477 in 2019, € 2.642 in 2020 en € 2.753 in 2021. De arbeidskorting van €3.399 in 2019 tot € 3.941 in 2021. De inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) blijft gelijk, maar wordt al bij een lager inkomen bereikt.

Afbouw hypotheekrenteaftrek en verlaging EW-forfait
Een belangrijke wijziging is de versnelling van de afbouw van de hypotheekrenteaftrek. Op dit moment wordt de hypotheekrenteaftrek al afgebouwd met 0,5% per jaar. In 2019 is rente nog tegen maximaal 49% aftrekbaar. Dat percentage loopt in de jaren daarna met 3% per jaar terug: 46% (2020), 43% (2021), 40% (2022) en 37,05% in 2023. Een doekje voor het bloeden is de verlaging van het EW-forfait, die voor woningen tot € 1.060.000 wordt verlaagd van 0,7% naar 0,45%.

Afbouw aftrekposten
Vanaf 2020 wordt de aftrekbaarheid van een flink aantal aftrekposten afgebouwd. Het percentage waartegen deze aftrekbaar zijn wordt verlaagd tot 46% (2020), 43% (2021), 40% (2022) en 37,05% in 2023. Het gaat om de volgende aftrekposten:
• persoonsgebonden aftrekposten (zoals alimentatie, specifieke zorgkosten en giftenaftrek)
• ondernemersaftrek (zelfstandigenaftrek, startersaftrek, aftrek S&O-werk, meewerkaftrek en stakingsaftrek)
• MKB-winstvrijstelling
• terbeschikkingstellingsvrijstelling

Als u hoge aftrekposten heeft, zoals vooral bij IB-ondernemers/ZZP-ers het geval zal zijn, zal de afbouw van deze aftrekposten een behoorlijke belastingheffing met zich mee gaan brengen. Bij ondernemers kan dit gaan betekenen dat een overstap naar een BV sneller interessant wordt.

Aanpassing tarief box 2
In samenhang met de verlaging van de tarieven in de vennootschapsbelasting (zie hieronder), wordt het tarief in box 2 verhoogd. In 2020 gaat dit tarief naar 26,25% en in 2021 naar 26,9%. Dit is minder dan de aankondiging in het Regeerakkoord van 27,3% en 28,5%. Er komt geen overgangsregime voor huidige reserves in de BV. DGA’s doen er dus goed aan om vóór 2020 nog een dividenduitkering te doen.

Beperking verliesverrekening in box 2
De voorwaartse verrekening van verliezen in box 2 wordt beperkt. De huidige termijn van 9 jaar wordt beperkt tot 6 jaar. Verliezen in 2019 zijn dan nog tot en met 2025 verrekenbaar. Verliezen van 2018 en eerder blijven 9 jaar verrekenbaar, zodat verliezen in 2018 tot en met 2027 verrekenbaar blijven. Overgangsrecht gaat verliesverdamping zoveel mogelijk voorkomen.

Belastingheffing hoge schuld DGA aan eigen BV
In de Miljoenennota is opgenomen dat er een heffing in box 2 komt voor DGA’s met een schuld van € 500.000 of meer aan de eigen BV. Deze maatregel komt echter in de wetsvoorstellen zelf niet terug. Het lijkt erop dat deze maatregel volgend jaar in het Belastingplan 2020 zal worden opgenomen.

Conserverende aanslagen pensioen/lijfrente bij emigratie
Door een oordeel van de Hoge Raad dat voor bepaalde pensioen- en lijfrenteaanspraken geen conserverende aanslagen mogen worden opgelegd, moet de wet nu worden aangepast. Het gaat om:
• lijfrenteaanspraken uit de periode vóór 1 januari 1992 of in de periode van 1 januari 2001 tot en met 15 juli 2009;
• aanspraken en bijdragen voor een pensioenregeling van vóór 16 juli 2009.
Deze materie is complex, waardoor we u aanraden bij emigratie contact met ons op te nemen.

MKB-BEDRIJVEN

Aanpassing tarief vennootschapsbelasting
De tarieven in de vennootschapsbelasting zullen de komende jaren worden verlaagd. Zowel voor winsten tot € 200.000 (eerste schijf) als daarboven (tweede schijf). De tarieven voor de komende jaren worden als volgt aangepast:
• 2019: eerste schijf 19,0%   –   tweede schijf 24,3%
• 2020: eerste schijf 17,5%   –   tweede schijf 23,9%
• 2021: eerste schijf 16,0%   –   tweede schijf 22,25%

De verlaging van de tweede schijf is minder dan in het Regeerakkoord was aangekondigd. In het Regeerakkoord was opgenomen dat het hoge tarief uiteindelijk naar 21% zou dalen.

Beperking verliesverrekening vennootschapsbelasting
De voorwaartse verrekening van verliezen in de vennootschapsbelasting wordt beperkt. De huidige termijn van 9 jaar wordt beperkt tot 6 jaar. Verliezen in 2019 zijn dan nog tot en met 2025 verrekenbaar. Verliezen van 2018 en eerder blijven 9 jaar verrekenbaar, zodat verliezen in 2018 tot en met 2027 verrekenbaar blijven. Overgangsrecht gaat verliesverdamping zoveel mogelijk voorkomen.

Beperking afschrijving vastgoed in eigen gebruik
Al sinds jaren kan op vastgoed in eigen gebruik niet verder worden afgeschreven dan tot 50% van de WOZ-waarde. Voor verhuurd vastgoed is dat tot 100% van de WOZ-waarde. Voor de vennootschapsbelasting wordt deze ‘bodemwaarde’ bij panden in eigen gebruik nu verhoogd tot 100% van de WOZ-waarde. Afschrijving van panden in eigen gebruik wordt dus aanzienlijk beperkt. Overigens lijkt een afwaardering als gevolg van een werkelijke waarde die onder de WOZ-waarde ligt nog wel mogelijk te blijven.

Wijziging 30%-regeling (expatregeling)
Zoals al in het Regeerakkoord is aangekondigd, wordt de termijn van de 30%-regeling ingekort van 8 jaar na 5 jaar. Dit gebeurt met onmiddellijke werking, waardoor ook huidige regelingen worden ingekort. De 30%-regeling maakt het mogelijk om expats een belastingvrije vergoeding tot 30% van het loon te verstrekken. Ook blijven bepaalde overige vermogensbestanddelen (zoals spaargeld) voor de periode van de regeling buiten de Nederlandse heffing. Het is afhankelijk van de afspraken die met de werknemer zijn gemaakt (brutoloon- of nettoloon-afspraak) wie de gevolgen het eerder vervallen van de 30%-regeling gaat voelen: de werkgever of de werknemer.

Energie- en milieuinvesteringsaftrek en vervroegde afschrijving milieuinvesteringen blijft
De faciliteiten van de EIA, MIA en VAMIL blijven ten minste tot 1 januari 2024. Het percentage van de EIA wordt vanaf 2019 wel verlaagd van 54,4% naar 45%. De EIA en MIA geven een extra aftrekpost voor energiezuinige en milieuvriendelijke investeringen waarvan jaarlijks een lijst wordt gepubliceerd. De VAMIL biedt de mogelijkheid om specifieke milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen van deze lijst voor 75% willekeurig af te schrijven. Continuering van deze maatregelen betekent een blijvende steun in de rug voor groene investeringen.

Aanpassing exitheffing
De exitheffing in de vennootschapsbelasting wordt aangepast. Op dit moment bestaat de mogelijkheid van een gespreide betaling in 10 jaar; deze periode wordt verkort naar 5 jaar. Op dit moment kan in alle gevallen zekerheidstelling voor de voldoening van de belastingschuld worden gevraagd. Dit wordt gewijzigd dat zekerheidstelling alleen nog kan wanneer een gegronde vrees bestaat dat de belastingschuld niet kan worden verhaald. Als laatste moet de belastingschuld voortaan direct worden betaald als de belastingschuldige voordelen realiseert ter zake van vermogensbestanddelen waarop de exitheffing betrekking heeft.

Fiets van de zaak
Op dit moment bestaat een complexe fiscale regeling voor het verstrekken van een leasefiets van de zaak (waarbij de fiets eigendom van de werkgever blijft). Vanaf 2020 wordt een versimpelde regeling ingevoerd: een bijtelling van 7% over de adviesprijs van de fiets, vergelijkbaar met de bijtelling voor de leaseauto. Ook een elektrische fiets of bakfiets valt onder de regeling.

MULTINATIONALS

Introductie earningsstrippingmaatregel
Als gevolg van de Europese Anti Tax Avoidance Directive (ATAD) worden verschillende maatregelen ingevoerd. Eén daarvan is een earningsstripping, waarbij de aftrek van rentelasten (gesaldeerd met rentebaten) onder voorwaarden wordt beperkt. De aftrek wordt beperkt indien en voorzover dit saldo uitkomt boven 30% van de EBITDA (earnings before interest, tax, depreciation and amortization) en boven € 1 miljoen. Niet-aftrekbare rente mag worden doorgeschoven naar een volgend jaar.

Op basis van de ATAD was het mogelijk om verschillende verzachtende maatregelen op te nemen, zoals een groepsescape of voor stand alone entiteiten. De regering kiest hier echter niet voor. Ook is de drempel van € 1 miljoen lager dan de € 3 miljoen-drempel waartoe de richtlijn verplicht.

Verder worden verschillende aanvullende maatregelen genomen voor fiscale eenheden en handel in entiteiten met ‘oude’ niet-aftrekbare rente.

Afschaffing renteaftrekbeperkingen en beperking verrekening verliezen houdster- en financieringsmaatschappijen
Door invoering van de earningsstrippingmaatregel kunnen verschillende renteaftrekbeperkingen volgens het kabinet worden afgeschaft. Het gaat daarbij om de aftrekbeperking voor bovenmatige deelnemingsrente (art. 13l VPB) en de aftrekbeperking voor bovenmatige overnamerente (art. 15ad VPB). Een saldo van niet-aftrekbare bovenmatige deelnemingsrente wordt overgeheveld als niet-aftrekbare earningsstrippingrente.

Daarnaast wordt de beperking van de verrekening van verliezen voor houdster- en financieringsmaatschappijen afgeschaft (art. 20-4 VPB). Echter, voor verliezen uit 2018 en eerder blijft deze regeling gelden.

Tot slot merken wij op dat de overige renteaftrekbeperkingen, zoals de anti-winstdrainage (art. 10a VPB), blijft bestaan.

Invoering Controlled Foreign Company (CFC)-maatregel
Een ander onderdeel van de ATAD is de invoering van een CFC-maatregel. Deze maatregel betrekt resultaten van dochtermaatschappijen uit een land met een laagbelastingtarief in de Nederlandse grondslag. Het gaat daarbij om dochtermaatschappijen waarin direct of indirect (samen met verbonden entiteiten en personen) een belang van 50% of meer wordt gehouden én waarbij een statutair tarief van minder dan 7% geldt of het land is opgenomen op de Europese zwarte lijst. In die gevallen worden specifieke besmette inkomenscategorieën in de Nederlandse heffing betrokken, zoals dividend, rente, royalty’s, lease-betalingen, etc.). Indien het buitenlandse lichaam voor 70% of meer niet-besmette inkomsten heeft of een wezenlijke economische activiteit uitvoert, geldt de CFC-bijtelling niet.

Afschaffing dividendbelasting en introductie bronheffing voor misbruiksituaties
Per 2020 zal de dividendbelasting in zijn huidige vorm worden afgeschaft. In dat jaar wordt tevens een bronheffing op dividenden voor misbruiksituaties geïntroduceerd. Vanaf 2021 wordt deze maatregel uitgebreid met een bronheffing op rente- en royaltybetalingen.
De bronheffing zal gaan gelden voor dividenden, vervreemdingswinsten en soortgelijke uitkeringen (en later dus ook voor rente- en royaltybetalingen) binnen concernverhoudingen aan landen die op de Europese zware lijst staan of met een effectief tarief onder de 7%. Een lijst met landen zal jaarlijks door de Belastingdienst worden gepubliceerd. De regering merkt op dat huidige belastingverdragen de werking van deze bronbelasting kunnen beperken, maar dat met die landen in heronderhandeling van het belastingverdrag zal gaan.

FBI mag niet meer in Nederlands vastgoed beleggen
De regels voor het beleggen van fiscale beleggingsinstellingen (FBI’s) in Nederlands vastgoed worden aangepast. Vanaf 2020 mogen FBI’s niet meer direct in Nederlands vastgoed beleggen. Deze maatregel is genomen in samenhang met de afschaffing van de dividendbelasting om te voorkomen dat buitenlandse beleggers volledig belastingvrij in Nederlands vastgoed kunnen beleggen. Het beleggen in buitenlands bastgoed en het indirect beleggen in Nederlands vastgoed blijft mogelijk. Wij verwachten dat veel vastgoed-FBI’s hun activiteiten zullen herstructureren. Er is overleg met het kabinet om de negatieve gevolgen voor de overdrachtsbelasting van deze herstructureringen in kaart te brengen, waarvoor mogelijk nog aanvullende maatregelen worden genomen.

Afschaffing aftrek tier 1-kapitaal banken en verzekeraars
De aftrekmogelijkheid van vergoedingen op specifieke aanvullend tier 1-kapitaal, zoals contingent convertibles (coco’s) wordt afgeschaft. Eerder was in de wet juist een expliciete aftrekmogelijkheid voor deze vergoedingen opgenomen, maar volgens de Europese Commissie is er mogelijk sprake van staatssteun. Mede om deze reden en omdat de regering eigen en vreemd vermogen op een gelijkere voet wil behandelen, wordt deze aftrekmogelijkheid nu expliciet afgeschaft.

Overige maatregelen
Verschillende maatregelen voor het MKB, die wij hiervoor opnamen zullen ook multinationals beïnvloeden. Wij raden aan ook deze wijzigingen door te nemen.

OVERIGE MAATREGELEN

Kleine ondernemersregeling in btw aangepast
De kleine ondernemersregeling (KOR) in de btw wordt per 2020 vereenvoudigd. Verwacht een ondernemer vanaf 2020 in een jaar een omzet van € 20.000 of minder, dan kan hij kiezen voor een vrijstelling voor de btw. Deze regeling gaat ook gelden voor stichtingen, verenigingen en BV’s. Onder de KOR vermeldt de ondernemer geen btw meer op facturen, hoeft geen aangifte btw meer te doen, maar kan ook geen btw op inkomende facturen meer aftrekken.

Lage btw-tarief verhoogd naar 9%
Het lage btw-tarief wordt verhoogd naar 9%. Als de vergoeding voor prestaties vanaf 2019 al vóór 1 januari 2019 is ontvangen, blijft het huidige tarief van 6% gelden. Dit betekent dat het gunstig is om nog dit jaar aankopen onder het lage btw-tarief te doen. Verder geldt dat producten die tegen het huidige 6%-tarief zijn aangekocht en die na 31 december 2018 worden geretourneerd met toepassing van het oorspronkelijke tarief van 6% moeten worden teruggenomen/gecrediteerd.

Verruiming btw-sportvrijstelling
Als gevolg van Europese ontwikkelingen, wordt de btw-sportvrijstelling uitgebreid. Hierdoor zullen met name sportaccommodaties veel sneller onder de vrijstelling vallen, waardoor de btw op onderhoud en bouw van sportcomplexen een kostenpost zal worden. Ter compensatie wil de regering een aparte subsidie in het leven roepen.

Btw-regels voor elektronische diensten
De btw-regels voor elektronische diensten worden vereenvoudigd: indien de omzet voor elektronische diensten aan buitenlandse particulieren minder dan € 10.000 bedraagt, mag Nederlandse btw in rekening worden gebracht. Op dit moment geldt dat de btw uit het vestigingsland van de particulier in rekening moet worden gebracht. Hiervoor bestaat een digitaal aangiftesysteem. Ook dit aangiftesysteem zal worden verbeterd.

Regeling belastingrente aangepast
Voor de inkomstenbelasting en erfbelasting wordt de regeling voor de berekening van belastingrente zodanig aangepast dat wanneer een belastingplichtige tijdig (zonder uitstel) aangifte doet, geen belastingrente meer verschuldigd zal zijn. Voor de inkomstenbelasting betekent dit dat bij verzoeken om een voorlopige aanslag of aangiften vóór 1 mei geen belastingrente meer zal worden berekend. voor de erfbelasting betekent dit dat bij verzoeken om een voorlopige aanslag of aangiften binnen 8 maanden na overlijden geen belastingrente meer zal worden berekend.

Aanpassingen verhuurdersheffing
Waarbij eerder de drempel voor de verhuurdersheffing werd opgeschoven naar 50 woningen, wordt het tarief nu met 0,03% verlaagd. Verder wordt een heffingsvermindering geïntroduceerd wanneer woningen met minimaal drie Energie-Indexklassen worden verbeterd en daarna maximaal een label B of hoger hebben.

Introductie invorderingsmaatregelen
Om de Belastingdienst meer mogelijkheden te geven om bij internationale (fiscale) constructies belasting in te kunnen vorderen, worden een viertal maatregelen geïntroduceerd. Ten eerste kunnen ook begunstigden (bijv. aandeelhouders) van bepaalde ontwijkingsconstructies aansprakelijk worden gesteld voor de verschuldigde belasting. Ten tweede kan pas invordering plaatsvinden indien een aanslag op juiste wijze bekend is gemaakt. De mogelijkheden tot bekendmaking worden uitgebreid. Ten derde wordt de informatieverplichting voor de invordering van belastingen uitgebreid tot iedereen (waarbij dat thans alleen de belastingschuldige of aansprakelijke is). Tot slot wordt de aansprakelijkheid van erfgenamen uitgebreid met schenkingen tot 180 dagen voor het overlijden van de erflater (thans is die aansprakelijkheid beperkt tot de omvang van hun erfenis).

Onbelaste vrijwilligersvergoeding
Onder voorwaarden kan aan vrijwilligers een belastingvrije vergoeding worden uitgekeerd. In 2019 gaan deze vergoedingen omhoog naar maximaal € 170 per maand en maximaal € 1.700 per jaar.

Aanpassing tarieven energiebelasting en afvalstoffenheffing
De energiebelasting voor aardgas wordt verhoogd en voor elektriciteit verlaagd. De afvalstoffenbelasting wordt bijna verdrievoudigd. Deze maatregelen worden genomen om tot vergroening te komen.

Vragen?
Mocht u willen weten in hoeverre een bepaald wetsvoorstel gevolgen heeft voor uw situatie, neem dan vrijblijvend contact met ons op. Natuurlijk zijn dit niet alle wijzigingen voor dit jaar. Mocht u verder nog vragen hebben of voorzien worden van adviezen, dan kunt u contact opnemen via wjak@protax.nl.